Ons beleid
Het beleid van BREIN is gericht op zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aanpak van (toegang tot) inbreuken op de rechten van de aangeslotenen.
Diverse wetsartikelen bieden BREIN en de strafrechtelijke autoriteiten de mogelijkheid ernstige inbreuk aan te pakken. Informatie over vermeende inbreuken
wordt individueel bekeken om de meest geëigende benadering vast te stellen. De Nederlandse overheid stelt dat handhaving van Intellectueel Eigendom primair
de verantwoordelijkheid van rechthebbenden zelf is en dat strafrechtelijke actie het sluitstuk van de handhaving behoort te zijn. BREIN richt zich op het
illegale, d.w.z. ongeautoriseerde, aanbod van auteurs- en nabuurrechtelijk beschermde werken.
In kleine zaken kan de inbreukmaker de zaak meestal met BREIN regelen door een onthoudingsverklaring met boetebeding te ondertekenen en afstand te doen van
de inbreuk makende goederen (n.b. afhankelijk van de omstandigheden van het geval kunnen ook kosten en schade verhaald worden). Een rechtszaak wordt aanhangig
gemaakt indien de inbreukmaker weigert. Ook dan wordt een verbod met boetebeding geëist. In geval van herhaling wordt de boete opgeëist. Grotere zaken zijn
aanleiding om direct schadevergoeding en winstafdracht te vorderen. Zonodig wordt beslag gelegd op eigendommen van de inbreukmakers. Sommige kleine gevallen
waarin een laag herhalingsrisico bestaat worden door middel van een waarschuwingsbrief behandeld.
De FIOD-ECD richt zich op de strafrechtelijke opsporing van Intellectueel Eigendomsfraude en is actief in zaken die het algemeen belang raken, d.w.z. waar
inbreuk vermoedelijk beroeps- of bedrijfsmatig plaatsvindt en zodanige omvang heeft dat zij marktverstorend werkt. Ook de politie kan optreden in geval van
op zich kleinschaliger inbreuken (bijvoorbeeld handel in illegale kopieën vanaf huis of handel op rommelmarkten) wanneer die zodanig massaal plaatsvinden dat
van strafrechtelijk optreden een meer dan incidentele preventieve werking uitgaat. Indien een klein aantal illegale goederen in beslag is genomen en de verdachte
afstand doet, kan de Officier van Justitie besluiten een schikking te treffen waarbij de verdachte een geldboete betaalt en de zaak niet verder vervolgd wordt.
Met betrekking tot illegaal aanbod op Internet heeft BREIN een zogenaamde 'Notice & Take Down' (NTD) procedure ontwikkeld op basis van de rechtspraak waarin
de aansprakelijkheid is bepaald van Service Providers die geen medewerking verlenen bij het verwijderen van inbreukmakende sites. Zie ook
http://www.ecp.nl/notice-and-takedown voor een meer algemene NTD gedragscode voor service
providers. Wanneer de identiteit van websitehouders kan worden achterhaald onderneemt BREIN indien nodig bovendien civiele actie tegen de inbreukmaker. In
voorkomende gevallen wordt aangifte gedaan bij de strafrechtelijke autoriteiten.
BREIN verlangt van websites en –diensten die stelselmatig en structureel gebruik maken van de beschikbaarheid van ongeautoriseerde kopieën op Internet en
Usenet, dat zij zelf maatregelen nemen ter voorkoming van onrechtmatig gelegenheid geven tot het maken van inbreuk of tot het stimuleren van illegaal
aanbod. In de rechtspraak is bevestigd dat dergelijke sites of diensten zich niet kunnen beperken tot het aanbieden van een Notice & Take Down beleid.
Wanneer een dergelijke site of dienst geen preventieve maatregelen tot voorkoming van haar onrechtmatige activiteiten neemt, dan zal BREIN stappen nemen
en zonodig rechtszaken voeren om de site of dienst ontoegankelijk te maken en de eigenaar of beheerder daarvan aansprakelijk te houden.


